Afgewezen Film Debat 08
http://www.nftvm.nl

Op 16 maart 2008 vond tijdens het Festival van de Afgewezen Film in Amsterdam een debat plaats over de programmatische eisen die Hilversum aan televisieprogramma's stelt. Tv-programma's moeten tegenwoordig voldoen aan allerlei eisen van netmanagers, omroepen en programmaschema's.

Wordt het nu niet eens tijd, zo vraagt de organisatie van het Festival zich af, voor programmablokken waarin makers hun volledige creativiteit kwijt kunnen, zonder rekening te hoeven houden met al deze eisen?

Presentator Marcel van der Steen (Llink) ging het gesprek aan met onder meer Niek Koppen (FilmFonds), Simone van de Ende (eindredacteur AVRO), onafhankelijk filmmaker Cyrus Frisch, producent Albert Klein Haneveld en SP kamerlid Jasper van Dijk.

Marcel van der Steen wil graag weten waarom er eigenlijk een Festival van de Afgewezen Film nodig is. Niemand zit toch te wachten op rommel? En de omroepen al helemaal niet.

Dat klopt, zo meent Albert Klein Handeveld, maar er zijn ook veel producties die tussen wal en schip vallen en die door middel van een festival toch een podium kunnen krijgen. Cyrus Frisch gelooft niet dat de omroepen persé op zoek zijn naar het beste programma. 'Wat men wil is een ideale middelmaat; het ultieme compromis'. Zelf is hij jaren geleden al gestopt zijn films naar de omroepen te sturen, omdat hij weet dat ze toch niet geplaatst worden.

'Een ideaal middelmatig programma is toch rommel? vindt SP Kamerlid Jasper van Dijk. De strijd die Hilversum voert tussen kijkcijfers aan de ene kant en kwaliteit aan de andere, loopt vaak niet synchroon. Helaas worden kijkcijfers steeds belangrijker en opereren de Publieke Omroepen op dit gebied niet anders dan de commerciële omroepen.

Niek Koppen vindt het begrip 'afgewezen' niet altijd even helder. Sommige films die op het Festival worden vertoond zijn weliswaar afgewezen door het IDFA, maar werden bijvoorbeeld weer wel uitgezonden door Llink of de NPS. Hoe afgewezen moet een film eigenlijk zijn? Afwijzing is niet altijd slecht. ‘Het houdt makers scherp’, zo meent Koppen. ‘Je gaat beter over je film of programma nadenken’.

De ruimte bij de Publieke Omroepen voor kunst en cultuur is erg beperkt. Op prime time zul je tegenwoordig bijna nooit meer een kunstprogramma tegenkomen, legt Simone van de Ende uit. Die vind je alleen aan het eind van de middag of 's avonds laat. Het is een self-fulfilling prophecy. Door kunst- en cultuurprogramma's op onmogelijke tijden te programmeren, kijken er minder mensen dan dat zij op prime time zouden doen. Simpel.

Door alleen naar de kijkcijfers te kijken, ontstaat de indruk dat het goed gaat met onze publieke omroepen. Er kijken meer mensen naar NED 1 dan naar RTL4. Die strijd is gewonnen. Op kwalitatief vlak is het een ander verhaal. De ruimte die er voor kwaliteit is, is een keuzekwestie, stelt Koppen. 'Als men voor kijkcijfers kiest, dan is dat inderdaad dezelfde keuze als die de commerciële omroepen maken.' Van de Ende beaamt dit.

Toch moeten er natuurlijk wel keuzes gemaakt worden. Je kunt moeilijk zomaar alles laten zien. Ook het Filmfonds selecteert, niet op kijkcijfers, maar of een film een plaats in de bioscoop zou kunnen krijgen. Niemand van de panelleden is voor het afschaffen van de fondsen. 'Dat doe je niet in een beschaafd land' vindt Van Dijk. 'Je behoort ruimte te maken voor niet-commerciële kunst'.

Frisch is een filmmaker die zich niet kan en wil aanpassen aan de smaak van het publiek. Zijn films zijn 'moeilijk' en worden daardoor niet door de Publieke Omroepen ondersteund. NED 1, 2 en 3 zijn tegenwoordig zo goed op elkaar afgestemd, dat nergens meer echt plek is voor experiment. De politiek en de omroepen zijn samen verantwoordelijk voor de enorme bak middelmaat die wij tegenwoordig via de televisie over ons uitgestort krijgen. 'Maar waarom moet dat op alle drie de netten', vraagt Van Dijk zich af. NED 3 zou een net voor experiment moeten zijn, zoals oorspronkelijk ook de bedoeling was.

De herindeling van de netten is een voortdurende zoektocht, meent Van de Ende. NED 1 werkt goed, maar NED 2 en 3 niet. De diversiteit verdwijnt, stelt Klein Haneveld. Wat legitimeert een omroep eigenlijk nog, wil Van Dijk weten. Een omroep wordt afgerekend op haar ledenaantal. Omroepen moeten samenwerken, maar tegelijkertijd hun leden behouden.

De digitale themakanalen zoals Cultura en HollandDoc bieden mogelijk uitkomst. Daar is ruimte genoeg en staan de redacteuren meer open voor experiment. Helaas ontbreekt het geld en kijkt er voorlopig geen kip. Het aandeel digitale televisie groeit echter snel.

Met een twee-uurs experimenteel programmablok op NED3 is echter iedereen tevreden. Maar wel op prime time, anders heeft het nog geen zin. Jasper Van Dijk gaat zich er in de politiek hard voor maken. Koppen pleit voor meer geld voor documentaires in de bioscoop. Kunst gaat pas bloeien als je makers ondersteunt en hun programma's en films laat zien. Je moet films en programma’s wel de kans geven een publiek te vinden.

 

Vereniging van Nieuwe Film en TV-Makers (http://www.nftvm.nl)