door: Baukje Stamm

Kinderen gebruiken het liefst verschillende media tegelijk. Hoe zijn de diverse media te gebruiken en te combineren bij het ontwikkelen van programma’s voor kinderen? Hierover ging het seminar ‘Producing the New Way’ op 18 oktober 2007 tijdens het Cinekid Festival in Amsterdam.
Onder leiding van Greg Childs, directeur van Childseye crossmedia consulting, presenteerden verschillende programmamakers hun plan van aanpak en werd er gediscussieerd over de do’s en dont’s van crossmedialiteit.

Kinderen lopen volgens Childs vaak erg voor op het gebied van nieuwe media toepassingen. Het is dan ook niet zo raar, dat veel crossmediale projecten in eerste instantie voor kinderen en jong volwassenen worden ontwikkeld. Tijdens het seminar werden vier internationale succesvolle crossmediale kinderproducties gepresenteerd: ‘Get Close to the Sugababes’ door Frank Geusebroek (Endemol Business Development & Licensing), ‘Total Drama Island’ door Patrick Crowe (Copresident Xenophile Media Inc.), ‘W@=D@’ door Kristoff Leue (Zakelijk directeur SanctaMedia) en ‘Kika en Bob’ door Bruno Felix (Submarine).

De vragen vanuit het publiek en van Childs naar aanleiding van de presentaties gingen onder meer over zaken als ‘the appropriateness of the platform’ – welk medium past het best bij welk idee, het bereiken van je doelgroep, het samenwerken met nieuwe (media) partners zoals mobiele telefoonaanbieders, maar ook musea en uitgeverijen en vragen over adverteerders: de financiële kant van het verhaal. Want hoe bekostig je dit alles?

‘Get close to the Sugababes’ – een interactieve reality show voor op je mobiele telefoon – is het meest commerciële project van de vier. Endemol werkte hiervoor samen met provider O2. Zes weken lang konden mensen de populaire zangeressen van de Sugababes via hun telefoon ‘behind the scenes’ volgen, maar ook gingen de dames in op vragen en verzoeken van hun publiek. Op deze manier konden de fans heel direct invloed uitoefenen op hun idolen. Deze combinatie van muziek, film, en mobiele telefonie bleek bijzonder succesvol. ‘Get Close to…’ was in Engeland alleen te bekijken voor O2-klanten.

Dat het bereik daar natuurlijk veel groter is dan in Nederland, beaamt Geusebroek: ‘Dat is een probleem. We zijn bezig om te kijken hoe we een project als ‘Get close to…’ ook in Nederland kunnen lanceren, maar de afzetmarkt is hier veel kleiner en dan zijn er ook nog al die verschillende telefoonaanbieders die met elkaar concurreren’. Het concept moet op de één of andere manier openstaan voor allemaal, zo meent hij.
Op dit moment is er een grote gang van adverteerders naar Internet, digitale televisie en mobiele telefonie. Hiernaast kreeg het programma een enorme hoeveelheid free publicity. Niet alleen de bekostiging, maar ook de samenwerking met veel verschillende partijen is complex. Bij dit project kreeg Endemol bijvoorbeeld te maken met O2, Nokia, de Sugababes en hun management. En in het geval van een reality show, hoe bescherm je de artiesten? Daarover dienen allemaal afspraken gemaakt te worden.

Patrick Crowe won met zijn bedrijf Xenophile Media (wat zoveel betekent als liefhebbers van het vreemde) al twee Emmy Awards in de categorie voor multimediale programma’s. ‘Total Drama Island’ is een interactieve animatieserie waarin verschillende personages deelnemen aan de wedstrijd ‘hoe overleef ik de zomer op het eiland’. In elke aflevering kunnen – op Idols-manier – deelnemers worden weggestemd. Hilariteit alom, omdat het om animatiekarakters gaat, maar nog mooier is dat je ook zelf mee kunt doen met je eigen ‘avatar’ op de website die bij de serie hoort. De interactieve elementen en het wedstrijdelement binden het publiek aan het programma. Met de spelletjes die je op de site kunt spelen, win je ‘marshmallows’, punten waarmee je je avatar kunt upgraden. Zo kun je bijvoorbeeld allerlei ‘collectibles’ aanschaffen van een cowboyhoed tot een i-pod.

Aan het eind van iedere aflevering van ‘Total Drama Island’ wordt naar de website verwezen waar de aflevering verdergaat. Op de site is er vervolgens weer verkeer naar de televisie door aan te kondigen wat er in de volgende aflevering komt. Tevens wordt er een ‘tabloid’ verstuurd met daarin nieuws en roddels over alle deelnemers.
Even opletten! ‘Total Drama Island’ heeft in Canada alleen al 100.000 geregistreerde kijkers en spelers. Op goede momenten spelen meer dan 10.000 mensen tegelijk, met het gevaar dat de site plat gaat omdat deze te zwaar beladen is. Nog één keer in het kort. Hoe bereik je volgens Crowe dit succes. 1) met humor, 2) door mensen hun eigen profiel te laten aanmaken, 3) door registratie en interactie te belonen, 4) door regelmatig updates – ‘tabloids’ – rond te sturen, 4) door de afleveringen op de site samen te vatten zodat iedereen op elk moment mee kan doen.

Na deze twee presentaties was het duidelijk dat interactieve televisie en crossmedialiteit in de Engelstalige gebieden al behoorlijk ver ontwikkeld zijn. Nu maar eens even een kijkje nemen bij onze Zuiderburen en in eigen land.

Bij het Belgische project w@=d@ komen Internet, televisie, theater en drukwerk samen. ‘Wat is dat’ is volgens Kristoff Leue één van de meest gestelde vragen ter wereld. Vandaar dat dit de ingang werd voor vier documentaires over de culturen van India, China, Mali en Mexico. W@=d@ was niet alleen op televisie te zien, maar kreeg ook vorm in een theatershow, op Internet en in een tijdschrift. Bij elke mediavorm lag de nadruk op een ander aspect – entertainment, informatie, fantasie – dat het voor de doelgroep interessant maakte. Vreemd genoeg werd het project nauwelijks door scholen in België opgepikt omdat het niet in hun curriculum paste. Ook werden de documentaires op televisie door de VRT herhaald, terwijl de site toen al niet meer in de lucht was. Dit geeft al aan hoe ingewikkeld de 360-degrees-of-broadcasting-methode soms is. Niet alleen het publiek moet het snappen, maar ook je partners in het project!

Het laatste project ‘Kika en Bob’ is eveneens een interactieve animatieserie van productiemaatschappij Submarine, van wie het een hobby is om verschillende genres en media met elkaar te combineren. Het bedrijf maakte bijvoorbeeld gebruik van geanimeerde documentaire voor de serie ‘Bloot’ en maakte van de film en het boek ‘Kruistocht in spijkerbroek’ een game. Het game-element zit ook in ‘Kika en Bob’, die de hele wereld rondreizen om de kat Tiger te redden die door een ongeluk op een torenspits kwam vast te zitten. Als kijker kun je helpen met het verzorgen van Tiger (op Internet) en het helpen van Kika en Bob op hun reis (op televisie en Internet). Met de spelletjes win je dit keer geen marshmallows, maar kattenbrokjes om Tiger te voeren. Aan het einde van elke aflevering wordt de kijker gewezen op de site www.kikabob.nl om daar verder te kijken en te spelen. Tevens biedt de site e-cards, wallpapers, een shop etc. Bij de serie hoort tot slot een boek waarin Kika haar reisverslag schrijft. In december zal Kika en Bob voor het eerst in Nederland te zien zijn. De serie wordt uitgezonden door de NPS.

Conclusies
Het is ondoenlijk en ook niet noodzakelijk om maar zoveel mogelijk mediatypen in je project te betrekken. Je moet goed nadenken welk idee bij welk medium past. Wanneer voegt het echt iets toe? Juist omdat de media om ons heen zo snel veranderen is het handig om je concept helemaal niet mediumafhankelijk te maken. De experience bij iedere medium is anders. Bij een goed crossmediaal project dienen ze elkaar te verrijken, niet los van elkaar te bestaan en elkaar zeker niet tegen te werken.
Omroepen hebben vaak niet de budgetten voor de aankoop van het hele interactieve pakket. Daarom is het niet alleen zaak om na te denken over ‘new ways of producing’, maar ook zal de boel op een andere wijze gefinancierd dienen te worden dan de Publieke Omroep bijvoorbeeld tot nu toe gewend was. Dit zal waarschijnlijk ook gevolgen hebben voor de mediawet.






|





Very nice site!

Pharme316 - 17 Sep 2009

Voeg een reactie toe

Je naam

Je email-adres


Reactietekst





De NFTVM wordt ondersteund door Payroll Services
eXTReMe Tracker