|
|
 |
|
|
|
|
 |
 |



| |
|  | De essentie van knippen en plakken
Met EDGE CODES is de eerste en enige film over montage een feit. De regie was in handen van Alexander Shuper, Phillip Daniels produceerde het geheel en S. Wyeth Clarkson monteerde de documentaire. En alle heren zijn editors van origine. Ook Kate Davis, regisseur van JOCKEY monteert zelf haar films. Tijdens JOCKEY werd ze bijgestaan door editor David Heilbroner. Naar aanleiding van EDGE CODES een rondetafelgesprek over het vak.
Filmmakers maken een film omdat ze een verhaal te vertellen hebben. Door middel van interviews, sfeerbeelden en wellicht archiefmateriaal wordt die boodschap doorgaans uit de doeken gedaan. Achter die regisseur werkt de editor mee aan het verhaal. De kijker is zich er wellicht niet van bewust, maar monteren vergt meer van de professional dan knippen en plakken alleen; een goede editor is technisch sterk, maar moet allereerst een rasverteller zijn. Kate Davis: “Ik vind dat ik als regisseur mijn verhaal beter vertel omdat ik monteer, ik ben een echte editing-snob!”
Omdat algemeen bekend is dat het ingewikkeld is om je eigen werk in te korten, lijkt het een gevaar om ook te monteren. Davis is het daarmee eens, want eerder monteerde ze haar films zelf, tegenwoordig roept ze hulp in van Heilbroner. Davis: “Zelf monteren is efficiënt, omdat je het materiaal goed kent. Meestal weet ik precies hoe ik wil snijden voordat ik überhaupt in de montagekamer duik. Het risico bestaat natuurlijk dat je te gehecht aan je materiaal raakt. Collega Heilbroner stelt het nog scherper: “Regisseurs worden vaak verliefd op hun materiaal en men kan niet goed meer onderscheiden wat wel en niet bijdraagt aan het verhaal. De essentie is het verhaal vertellen op de meest aantrekkelijke manier en daarbij het onnodige weglaten. De kans is anders groot dat het een saaie film wordt.” Davis is overigens van mening dat een montage-achtergrond een regisseur wel kan helpen: “Ik denk dat als er meer mensen waren met een achtergrond als editor, dat er sterkere films gemaakt werden
Alle tafelgenoten zijn het er over eens dat er rigoureus geknipt moet worden omdat je echt niet uren de tijd hoeft te nemen voor je verhaal. Heilbroner heeft een mooi praktijkgeval uit JOCKEY: “Een paardenrace duurt twee minuten. Binnen die tijd heb je een start, een finish en heel misschien een ongeluk. Dat zijn talloze momenten waar ‘niets gebeurt’ en bovendien wordt er vaak van veraf gefilmd. Voor een jockey gebeurt er echter veel meer en door belangrijke momenten te vertragen en in een gedeelte van de race te knippen kan het allemaal korter, krachtiger en daardoor dus effectief. Je hoeft echt die hele race niet te laten zien om uit te leggen hoe zo’n wedstrijd werkt.”
Dat blijkt gelijk een mooi beginpunt om de gasten door te zagen over de rol van manipulatie in films. Shuper is van mening dat je best iets mag aanzetten om je punt duidelijk te maken (“ik zou het niet snel manipuleren noemen”). Daniels valt hem bij door uit te leggen dat journalisten ook altijd tekst van de geïnterviewde wegsnijden om juist de essentie van de boodschap bloot te leggen. Op andere momenten vindt men manipuleren echter niet gewenst. Heilbroner: “Bij televisie is men tegenwoordig alleen maar bezig met kijkers die met de afstandsbediening in de aanslag zitten om door te schakelen als de beelden te saai worden. Er ligt een enorme druk op vooral de editors om het beeld continu contrastrijk te houden. Het gaat altijd om het shock-element.” Clarkson: “Men is blij als er iets in brand staat en hopelijk explodeert er ook nog iets. Verhalen vertellen kan dus subjectief zijn, zoals destijds het neerhalen van het beeld van Sadam Hoessein in Irak. Er waren wijde shots, maar die werden weggesneden. Men was duidelijk van plan te laten zien dat er veel Irakezen bij stonden terwijl dat niet zo was. En ja, dat is een montagebeslissing van de meest fundamentele soort. Monteren geeft je absoluut de gelegenheid om een verhaal te manipuleren. In het verleden deed men dat met woorden, door deze te censureren, tegenwoordig kan dat ook met beeld.”
En die beelden zijn steeds vaker digitaal. Dat monteren daardoor sneller en makkelijker gaat, daar is men het over eens. Er zijn echter ook kanttekeningen. Davis: “Eerlijk gezegd mis ik het celluloid dat in stroken om mijn nek hangt tijdens het monteren. Ik vond het prettig om tijdens het knippen rustig mijn keuzes te overwegen. Ik ben wel eens bang dat mensen te snel kiezen, want dat is tegenwoordig met één druk op de knop gebeurd. Het mooie aan celluloid is, dat je geforceerd wordt om alles te bekijken. Vroeger werd de editor meer met rust gelaten, nu kunnen keuzes sneller worden gemaakt en verwacht iedere betrokkene dat ze het proces steeds mogen volgen. Het werk van de editor wordt elke vijf minuten becommentarieerd. Eerder was het bekijken van een kwartier gemonteerd beeld een hele gebeurtenis. Nu kan je op elk moment even snel wat minuten montage oproepen, het lijkt veel vluchtiger.”
Heilbroner: “Het gevaar van digitaal monteren is, dat manipuleren soms gebruikt wordt om een slecht verhaal te verbloemen. Je ziet het steeds vaker. Zeker op televisie; sneller snijden als er weinig wol is. Zonder die nieuwe opties zouden de gaten in het ruwe materiaal niet opgevuld kunnen worden. Of dat juist is, is de vraag. Nieuw is het in ieder geval wel. Sommige editors zijn tegenwoordig echte technici. Er is ze nooit geleerd hoe ze een verhaal kunnen vertellen. Je kan vreselijk slecht zijn in de technische kant, maar als je een goed verhaal vertelt, ben je een prima editor!”
Shuper herkent dat gegeven direct, omdat ook hij signaleert dat steeds meer mensen met digitale programma’s makkelijker de knoppen kunnen bedienen: “Ze zijn slechts technisch bezig, terwijl juist het kunnen vertellen van een verhaal zo vreselijk belangrijk is. Een programma op je computer hebben wil nog niet zeggen dat je een editor bent, net zoals je nog geen schrijver bent als je een pen bezit. Monteren behelst meer dan technische aspecten, want als editor ben ik ook heel anders bezig met regie. Als ik na het filmen in de montageruimte zou zitten met iemand die gelimiteerd is in bepaalde opzichten, dan wordt het een behoorlijk zwaar proces. Echt, het is een nachtmerrie om met iemand te werken die kalleen technische talenten in huis heeft.
De veranderingen op technisch en creatief gebied blijven ook de editor bezighouden. Clarkson legt uit dat technologie het medium heeft gedemocratiseerd: “Iedereen met een camera of computer kan zelf knutselend aan de slag. Omdat men toegang heeft tot het medium, beseft men beter wat er aan de hand is. Filmmakers zijn zich ook bewuster van die kennis van hun publiek zal het publiek daarom minder snel op het verkeerde been kunnen zetten. Dat is vooral belangrijk bij documentaires en nieuwsmateriaal. Geschiedenis wordt niet langer beschreven; het wordt gemonteerd. Op het moment dat mensen echt doorhebben wat de macht van monteren inhoudt, dan zullen ze begrijpen hoezeer montage een rol speelt in hun levens.”
Maricke Nieuwdorp
EDGE CODES – Alexander Shuper.
JOCKEY - Kate Davis. Za 29, 14.15 uur, City 3.
| |
|
|
|
|
 |
|